Update coronavirus: geen RAS-premie en psychische hulp voor ziekenhuisschoonmakers

Service Management publiceert periodiek een update van de belangrijkste ontwikkelingen rondom het coronavirus voor de schoonmaakbranche. Dit keer hebben we onder meer aandacht voor de RAS-premie die gedurende drie maanden niet betaald hoeft te worden, psychische hulp voor ziekenhuisschoonmakers van Gom en de veiligheid van schoonmakers in een corona-omgeving. 

RAS-Premie voor drie maanden op nul

Het bestuur van de RAS stelt werkgevers 3 maanden vrij van betaling RAS-premie. De 0%-regeling is bedoeld als verlichting van de financiële lasten tijdens de coronacrisis. “Zodat u samen met uw werknemers het cruciale werk dat u doet kan blijven uitvoeren”, aldus het bestuur. De 0%-regeling geldt voor de aanleverperiodes 5 tot en met 7. Na deze 3 maanden wordt de premie teruggezet naar het afgesproken percentage van 0.75%.

Werkgevers hoeven hiervoor geen aanvraag te doen. Het maakt niet uit of je de pensioenaangifte maandelijks of 4-wekelijks doet. Daarin verandert niets. De RAS en BPF Schoonmaak hebben je volledige en tijdige pensioenaangifte zoals altijd nodig. Wel moet je bij het aanleveren van de loon- en premiegegevens in het RAS-product aanleveren en de RAS-premie op 0 zetten.

 


Psychische hulp voor ziekenhuisschoonmakers

Schoonmaken in een ziekenhuis is altijd al heftig, maar in deze bijzondere tijden al helemaal. Simone van de Velde, directeur van de business unit Zorg van Gom, vertelt: “Schoonmakers zien mensen aan beademingsapparaten liggen. Er overlijden patiënten, dat zien ze ook. Daarom bieden we psychische hulp. We hebben een sociale hulplijn waar mensen naartoe kunnen bellen, ook na werktijd. Daarvoor hebben we een professioneel bureau met psychologen ingeschakeld. Er zijn spreekuren voor schoonmakers in ziekenhuizen. Daar kunnen ze hun verhaal kwijt. We wisselen van afdeling, zodat schoonmakers niet altijd die ene afdeling hebben. We letten erop dat ze aan hun rust toekomen en vrije tijd krijgen. Maar je ziet ook vaak dat mensen die rust niet willen nemen. ‘Hier kan ik iets betekenen, laat mij maar doorgaan’, zeggen ze dan. Daarvoor moet je mensen weleens in bescherming nemen. Het is wel de bedoeling dat iedereen het volhoudt.”

Voorburgs Dagblad | 18 inwoners Ldam-Vbg met Corona in ziekenhuis

Want: er is nog niets te zeggen over het vervolg. “Dat is misschien wel de meest gestelde vraag. Maar daar kan niemand een antwoord op geven. Het is elke dag weer afwachten wat het RIVM meldt. We zijn nu meer dan drie weken onderweg en we mogen nog een tijdje.”

Coronawoningen schoonmaken: “Ik ben hiervoor getraind”

De kamers in een woonzorgcentrum in Prinsenbeek waar mensen besmet met het coronavirus hebben verbleven, worden schoongemaakt en gedesinfecteerd door schoonmakers van Hago Zorg. Het Algemeen Dagblad sprak met schoonmaakster Kitty van Mechelen, die deze zware taak op haar neemt.

Zo vertelt ze tegen de krant over een kamer waarvan de vorige bewoner wekenlang in quarantaine gelegen, toen bekend werd dat hij besmet was met het coronavirus. “Toen de patiënt nog leefde, gaven de andere schoonmakers aan dat ze dit appartement liever niet wilden doen. Die angst begrijp ik goed, dus toen heb ik dat op mij genomen”, zegt ze. Zelf vindt Kitty het ook spannend, geeft ze toe aan het AD, “maar ik ben hiervoor getraind. Ik ben me wel bewust van de risico’s, maar ik vertrouw erop dat ik met deze kleding goed beschermd ben. Bij de supermarkt heb ik misschien wel meer kans om besmet te raken, want daar sta ik zonder deze kleding.”

Bij de supermarkt heb ik misschien wel meer kans om besmet te raken, want daar sta ik zonder deze beschermende kleding

Nu de bewoner is overleden, krijgt Van Mechelen hulp van twee collega’s om het appartement schoon te maken. De schoonmaak van een kamer van een coronapatiënt duurt twee keer zo lang als een normale schoonmaak. De gordijnen worden gewassen. Ramen, plinten, deuren, knopjes, lampen, deurklinken en alle hand-contactpunten worden ontsmet.

Eigenlijk alles wat je ziet, maken ze schoon. “En dat doen we twee keer. Eerst met reinigingsmiddel en daarna maken wij alles nog een keer schoon met een desinfecterend middel. De poetsdoeken gooien wij weg en na afloop gaat alle beschermende kleding in een afgesloten afvalzak. Ook alle materialen die wij gebruiken, zoals emmers, moppen en stofzuigers en ook de schoonmaakkar, desinfecteren wij na afloop.” De schoonmakers komen daarna niet meer in contact met andere bewoners. Ze gaan direct naar huis.

UWV over werkgelegenheid in schoonmaak

Het UWV heeft een eerste inventarisatie gepubliceerd van branches met personeelstekorten en juist overschotten. Tof Thissen, directeur UWV Werkbedrijf: “De arbeidsmarkt ziet er plotseling heel anders uit dan een maand geleden. Ineens kan je voor het feit staan dat er in jouw beroep op dit moment geen werk meer is. Wij brengen in kaart in welke branches ten tijde van deze uitzonderlijke situatie mensen worden gezocht. In onze dienstverlening aan werkzoekenden en werkgevers brengen we dat actief bij elkaar. Wij begrijpen maar al te goed dat het vinden van werk nu een stuk lastiger is geworden. Maar er is ondanks deze onzekere periode nog steeds veel mogelijk.”

Er is ondanks deze onzekere periode nog steeds veel mogelijk

Over de situatie in de schoonmaakbranche schrijft UWV dat er momenteel vraag naar schoonmaakdiensten is vanuit de zorg en vanuit supermarkten. Daarnaast halen universiteiten schoonmaakwerk dat normaal gesproken in de zomermaanden wordt uitgevoerd naar voren. Dit is mogelijk omdat de collegezalen en practicumlokalen nu leeg staan, net als in de zomer. Het UWV schrijft dat er voor schoonmaakbedrijven minder werk is in kantoren, horeca, scholen, luchthavens, evenementen en bij een deel van de winkels. “Per saldo houdt de branche rekening met omzetverlies. Met name de bedrijven die vooral werken in de bovenstaande segmenten hebben het moeilijk.”

 


Veiligheid schoonmakers staat voorop

Schoonmaakmedewerkers op een veilige manier hun werk laten doen, is de hoofdprioriteit op dit moment. Dat zegt Albert Vegter, specialist infectiepreventie/ outbreakmanagement bij Alpheios, het zusterbedrijf van schoonmaakbedrijf Hago. “Daarom beschermen we onze medewerkers met maskers, handschoenen, haarnetjes, spatdichte schorten en goede werkinstructies. Deze materialen zijn, net als de werkinstructies, heel specifiek afgestemd op de omgeving waarin onze mensen werken. Zo worden de zwaarst mogelijke maskers gebruikt op de locaties waar het risico hoger is en zijn de werkinstructies locatie-specifiek.”

Toch zijn ook Hago’s medewerkers op dit moment bezorgd, vertelt Vegter: “Corona is nog een onbekende voor mensen. Het is een deel van mijn taak om bezorgdheid weg te nemen en te borgen dat leidinggevenden op de hoogte zijn van de nieuwste en juiste informatie. We bieden e-learnings aan voor schoonmakers, en hebben instructiefilmpjes over hoe ze de (persoonlijke beschermings)middelen en materialen op de juiste manier gebruiken en aan- en uittrekken.”

Miljoenen mondkapjes van Nederlandse bodem

De productie van miljoenen mondkapjes op Nederlandse bodem krijgt vorm. De komende weken worden minstens vier productielijnen voor hoogwaardige mondneusmaskers uit de grond gestampt, twee bij filterproducent Afpro in Alkmaar en twee bij beddenfabrikant Auping in Deventer. Dat blijkt uit een rondgang van Trouw langs diverse bedrijven. Betrokken ministeries bevestigen het nieuws. De samenwerkende bedrijven mikken op een productiecapaciteit van zo’n 500.000 mondkapjes per dag aan het eind van april.

Uitzendkrachten massaal op straat

Ondanks oproepen van het kabinet lijken bepaalde bedrijven toch het mes te zetten in de flexibele schil, ook als ze een deel van de loonkosten vergoed krijgen van de overheid. Bijna de helft van alle uitzendkrachten (49 procent) zit zonder werk door de coronacrisis. Dat meldt vakbond CNV op basis van onderzoek van Maurice de Hond onder vijfhonderd uitzendkrachten. Van de mensen die hun baan hebben behouden zegt 49 procent minder te verdienen, doordat er minder werk is en 40 procent is bang om binnenkort hun baan te verliezen.

CNV is geschrokken van deze cijfers, zegt voorzitter Piet Fortuin. “Dit betekent dat 137.000 uitzendkrachten de afgelopen weken hun baan verloren. De uitzendkrachten die nog wel werk hebben, verkeren momenteel in grote onzekerheid. De coronacrisis legt de zwakheden van onze arbeidsmarkt ernstig bloot.” In Nederland werken in totaal ongeveer 275.000 mensen als uitzendkracht.


Meer weten over het coronavirus, de laatste ontwikkelingen en de gevolgen voor de schoonmaakbranche? In ons Dossier Coronavirus vind je alle berichten die Service Management heeft gepubliceerd omtrent het coronavirus


Minister wil ontslagen flexwerkers snel elders aan werk helpen

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) wil kijken hoe flexwerkers, oproepkrachten en uitzendkrachten die zonder werk zitten wegens de coronacrisis snel in sectoren aan het werk kunnen waar grote behoefte is aan arbeidskrachten. Dat moet ook soepeler gaan, vindt de bewindsman. In het overleg met sociale partners wil hij de oproep aan werkgevers om werknemers zoveel mogelijk door te betalen nogmaals bespreken.

“Je hebt tegelijkertijd ook, en dat is onvermijdelijk in zo’n crisis, dat de werkloosheid oploopt”, aldus de minister. Vakbonden slaan bijvoorbeeld alarm over de honderdduizenden werknemers zonder contract voor onbepaalde tijd, voor wie de crisis veel onzekerheid oplevert. Met bonden en werkgeversorganisaties wil Koolmees bespreken hoe mensen die toch ontslagen worden zo snel mogelijk in een andere sector aan het werk kunnen. Hij oppert bijvoorbeeld de zorgsector en de land- en tuinbouw, waar juist een behoefte aan arbeidskrachten is.

Het is onvermijdelijk in zo'n crisis dat de werkloosheid oploopt

Veel ZZP’ers niet in aanmerking voor TOGS-regeling

Nog veel zzp’ers in Nederland vrezen in de coronacrisis buiten de boot vallen als het gaat om de steunmaatregelen van het kabinet. Belangenbehartiger Stichting ZZP Nederland wil daarom dat er meer maatwerk toegepast gaat worden. Zo krijgt de organisatie veel vragen over de formulering van de doorlopende bedrijfskosten in de regeling. Volgens de organisatie is de omschrijving “inrichting buitenshuis” die hierbij staat, niet passend voor de vele ondernemers met een praktijk of studio aan huis, die wonen bij de zaak of voor ondernemers met mobiele bedrijfsactiviteiten. De belangenbehartiger benadrukt dat ook deze ondernemers te maken hebben met doorlopende bedrijfskosten, zodat ook zij in aanmerking zouden moeten komen voor de steun.

Aanvullende verklaring nodig

Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat zegt daarover in zijn Kamerbrief: “In sommige sectoren, bijvoorbeeld in de sfeer van persoonlijke dienstverlening, is sprake van significante bedrijvigheid vanuit de eigen woning door sommige ondernemingen, terwijl er daarnaast andere ondernemingen zijn met meer grootschalige dienstverlening vanuit een fysieke vestiging met omvangrijke periodieke vaste lasten, terwijl de ondernemer staat ingeschreven op het huisadres. Om de ondernemers met omvangrijke periodieke vaste lasten in aanmerking te laten komen voor de TOGS, zal er van hen een aanvullende verklaring worden gevraagd, waaruit moet blijken dat de bedrijfsactiviteiten van de aanvrager een zekere minimale omvang hebben.”

Readmore: SP: “Geen bescherming? Vitale beroepen mogen thuisblijven”